regenwormen kaart nederland

Overzichtskaart Nederlandse regenwormen

overzicht regenwormen Nederland

Waarom zijn er zulke grote verschillen in aantallen regenwormen?


Om deze vraag te beantwoorden is het van belang te weten dat er drie groepen regenwormen zijn met uiteenlopende eisen aan de bodem.

De rode: leven van strooisel dat op of ondiep in de bodem aanwezig is en gras is voor hen een ideale plek.
De grauwe: eten zich door de grond en houden van vers plantenmateriaal en mest. Ook drijfmest wordt als voedsel gewaardeerd.
De pendelaars. Leven in een verticale gang. Eten vaak ook strooisel maar kruipen via de gang naar diepere lagen. Grondwater niet te hoog en niet te diep is belangrijk.

Voor alle wormen geldt dat zeer droge grond in de zomer niet wenslijk is.


De kaart. Wat valt op?


De zandgronden van Noord- Oost- Midden- en West-Nederland hebben weinig wormen. Het is te droog in zomer en mais levert vrijwel geen voedsel. Bossen en heidevelden op deze zandgronden hebben ook heel weinig wormen. Ze zijn te droog in de zomer en leveren ook weinig voedsel. In beekdalen zijn er meer wormen. De grond is hier vochtiger door hogere grondwaterstanden en is er is vaak gras. Wortels en bladresten van gras geven voedsel. Ook drijfmest stimuleert de wormen, vooral de grauwe.

Noord-Friesland en Groningen: veel wormen op het veen en de zware klei. Gras en drijfmest geven het voedsel. Hier vooral rode en grauwe wormen.

Noord- en Zuid-Holland. Veen en zware klei met ook hier veel voedsel en vocht. Op alle veen- en zware kleigronden zijn er niet zoveel pendelaars, maar het beperkte aantal verticale gangen is wel heel belangrijk voor beworteling en aan- en afvoer van vocht. De wat lichtere kleigronden (woudgronden in Noord-Holland) zijn ontgonnen uit elzenbos, hebben veel organische stof en veel wormen in alle drie de soorten.

Wieringermeer, Flevoland en Zeeklei van Zuid-Holland, Zeeland en West-Brabant. Hier is veel akkerbouw. Door kunstmest is er veel loof van aardappels en suikerbieten en er wordt ook veel drijfmest gegeven. Dit is gunstig voor de grauwe wormen. Soms zijn het er zoveel dat de grond versmeert en  moeilijk bewerkbaar wordt. Bij opdrogen ontstaan harde kluiten. Op biologische bedrijven met een gevarieerde vruchtopvolging en vaste mest is de eenzijdigheid van grauwe wormen minder en komen ook rode wormen en pendelaars voor.

Löss in Limburg. De vochtvasthoudende löss is gunstig voor wormen. Ook de pendelaars komen hier veel voor.



Meer info over regenwormen


Bron van de kaart: Atlas Natuurlijk Kapitaal
Meer info: Science Vol. 366, Issue 6464, 25 Oct 2019)


Share by: